Klarna
iDeal
Safe2Shop Keumerk

Welkom bij Het ItaliëPunt

Oplossingen voor storingen

NB:
Volg altijd de handleidingen van de betreffende apparatuur. Lees eerst alles van te voren en kijk tevens naar de installatie-eisen.

Stopcontact:

  • Controleer allereerst of er stroom op het stopcontact staat. U kunt dit controleren door een ander apparaat op het stopcontact aan te sluiten.
  • Als dit apparaat ook niet werkt, heeft u een probleem met de stroomtoevoer, welke mogelijk onderbroken is door een kapotte zekering. Ook bestaat de mogelijkheid dat u de aardlekschakelaar opnieuw dient in te schakelen. Deze zit in uw meterkast.
  • Probleem niet opgelost? De kans bestaat dat er kortsluiting op het apparaat zit. Wij raden u aan de stekker uit het stopcontact te halen en de servicedienst van de desbetreffende fabrikant/importeur te bellen.
  • Attenzione!! Wees voorzichtig en alert met stroom. Is er sprake van een eventuele waterlekkage, dan raden wij u aan om ieder contact met de ruimte en/of het apparaat te vermijden. Schakel vervolgens de stroomgroep uit en probeer de ruimte te drogen alvorens u verdere handelingen uitvoert.

Water aan- en afvoerslang

  • Ook hier is het van belang om eerst de stroom uit te schakelen. Controleer de aansluiting van de water- en afvoerslangen en let daarbij op de aan- en afvoerleidingen.
  • Controleer of de slangen niet in een knik zitten, dit kan de doorstroom hinderen.

      Let op!

  • Op nieuw gemaakte afvoerslangen kan het voorkomen dat de fabrikant bewust en uit voorzorg de afvoer heeft dichtgestopt met een zogenaamd schotje in de afvoerbuis. Ter controle kan er wat water door de afvoerbuis gegoten worden.
  • Wanneer een waterkraan lekt, zal het water zich via de kortste weg naar buiten banen. De intentie wordt dan gewekt dat het totale apparaat lekt, wat niet het geval hoeft te zijn.
  • Op verschillende apparaten zit een elektrisch waterslot. Bij een lekkage wordt de watertoevoer daardoor automatisch afgesloten. Om dit weer te activeren, dient u de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van het apparaat te raadplegen.
  • De levensduur van gasslangen is beperkt. Iedere 5 jaar dient de gasslang vervangen te worden. Een veel toegepaste methode bij het controleren van slijtage is de slang in zijn geheel en bij de aansluitingen in te smeren met een sopje, om te controleren of er eventuele gaslekken zijn.

Omgevingstemperatuur
De koel- en vriesapparaten hebben de capaciteit om onder normale omstandigheden goed te functioneren. Hieronder vallen normaal gebruik van de keuken, de bijkeuken en de badkamer. De apparatuur mag niet blootgesteld worden aan bijzondere omgevingstemperaturen, bijvoorbeeld extreme kou of felle zon.

  • Te lage temperatuur: Tijdens de winterperiode is de kans aanwezig dat uw apparaat minder goed werkt. De reden hiervoor is de omgevingstemperatuur die tijdens deze periode te laag is om de thermostaat te laten reageren. De enige oplossing is het verwarmen van de ruimte, waardoor de thermostaat wel gaat werken.
  • Te hoge temperatuur: Tijdens de zomerperiode kan het apparaat bij een te hoge omgevingstemperatuur zijn warmte niet meer afstaan aan de omgeving. Raadpleeg in deze gevallen uw gebruiksaanwijzing en/of fabrikant/importeur voor verdere instructies.

Deursluiting
Zorg dat de deur, indien aanwezig, goed gesloten is, waardoor het apparaat optimaal kan functioneren.

Trekschakelaar
De trekschakelaar is in de meeste gevallen voorzien van een rood indicatielampje. Wanneer het lampje niet brandt, betekent dit dat de stroomtoevoer mogelijk is onderbroken door een kapotte zekering of een aardlekschakelaar die opnieuw ingeschakeld dient te worden.

Gastoevoer, gaskraan
Attenzione!

  • Alvorens u verdere stappen gaat ondernemen, dient u de gastoevoer af te sluiten.
  • Het is vanzelfsprekend dat u geen vuur gebruikt om te controleren of er eventueel gas uit de leiding komt. Wanneer u niet bekend bent met gasaansluitingen, raden wij u aan om contact op te nemen met een erkende installateur en niet zelfstandig aan de slag te gaan.
  • Indien de hoofdkraan afgesloten is geweest, heeft het bij de moderne meters een aantal minuten nodig, voordat de installatie weer voldoende druk heeft opgebouwd.
  • Controleer of de gaskraan en de hoofdkraan beiden zijn geopend. Met zeepsop kunnen de kraan en aansluitpunten op eventuele gaslekken worden gecontroleerd.

Wees voorzichtig met gas. U kunt veel zelf controleren, maar wij adviseren u om contact op te nemen met een erkende installateur en/of fabrikant/importeur.

Programma onderbroken
Wanneer u een lopend programma heeft onderbroken dient u het apparaat in de neutrale modus te zetten om vervolgens een nieuw programma op te starten. Bij apparaten met een draaiknop volstaat het doordraaien van de knop, om vervolgens ook een nieuw programma te starten. U kunt de gebruiksaanwijzing raadplegen voor een gedetailleerde beschrijving.

  • Bevrijden van uw wasgoed.
    Zit uw was nog in de machine, terwijl de storing optreedt, dan kunt u de afvoerslang ontkoppelen en deze in een emmer hangen, waarna u uw was uit de machine kunt halen.
  • Wij raden aan om de machine het gekozen programma volledig af te laten maken.

Watertoevoer & waterkraan
Attenzione! Schakel eerst de stroomtoevoer uit voordat u verdere handelingen uitvoert.

  • Controleer of de kraan eventueel open staat.
  • Controleer of er water uit de kraan komt.
  • Controleer het zeefje in de toevoerslang van het desbetreffende apparaat. Het kan voorkomen, vooral bij nieuwe apparaten, dat er slijpsel in het zeefje zit.
  • Is het ronde afdichtingsrubbertje aanwezig en tevens ongeschonden?
  • Als de waterkraan lekt, kan er water op de grond terecht komen, waardoor het lijkt of de machine lekt, maar het in werkelijkheid de waterkraan is.

Pomp- en pluizenfilters
Attenzione! Schakel eerst de stroomtoevoer uit voordat u verdere handelingen uitvoert.

  • Wasautomaten
    Controleer de waterafvoerpomp van de wasautomaat op verstopping. Wij raden aan om voor het plaatsen en het reinigen van de pompfilter de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Bij de meeste wasautomaten bevindt de pompfilter zich aan de voorzijde van de automaat, achter een plint of klepje. Wanneer u deze opent, kunt u eventuele pluizen, muntstukken, knopen e.d. verwijderen.
  • Wasdrogers
    Alle wasdrogers zijn voorzien van een pluizenfilter in de deurrand. Deze filter dient u na elke droogbeurt te reinigen. De warmtewisselaar die bij condensdrogers aanwezig is, dient elke 14 dagen gereinigd te worden. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de wasdroger om te zien hoe u dit dient te doen.
  • Vaatwassers
    Alle vaatwassers hebben onderin één of meerdere filters, welke etensresten filteren. Wij raden u aan deze filters regelmatig te reinigen.
    Als u de sproeiarm losdraait, let er dan op dat u alle afdichting- en rotatieringen weer correct terugplaatst. 

Gebruik van zeepmiddel
Door regelmatig te wisselen van wasmiddel kan het voorkomen dat u ongewenste wasresultaten krijgt. Als (chemische) reactie op de verschillende zeepmiddelen ontstaan er de bekende donkere plekken in de rubberen afdichtingsmanchetten van het apparaat.

  • U kunt dit voorkomen door 1 maal per maand een 90 graden was met lege machine en zeepmiddel te draaien. U reinigt op deze wijze het apparaat en er wordt voorkomen dat het overtollige waspoeder gaat aanslibben in de slangen en filters van het apparaat.
  • Om vetopstoppingen in de vaatwasser te voorkomen, is het raadzaam om 1 keer per maand een programma te draaien op de hoogste temperatuur.